Deze biografie verhaalt het leven van een uitzonderlijk politiek brein, van 1927 tot 1981, tegen de achtergrond van de geschiedenis van de Vlaamse beweging en het Vlaams-nationalisme. In dat milieu gedraagt Hugo Schiltz zich als een zelfbewuste politicus, bereid tot dialoog, met klare doelstellingen en een open geest. De advocaat gaat door het leven als een charmante Antwerpenaar, begenadigd met vele talenten, maar afgeremd door kleine kantjes.
Als voorzitter van de Volksunie loodste hij zijn partij de regering in en naar de ondertekening van het roemruchte Egmontpact. Sindsdien wordt hij op handen gedragen door de enen, beschimpt door de anderen.
Van de Casteele beschrijft voor de eerste keer passioneel en helder het hobbelige parcours van Schiltz, met zijn successen en ontgoochelingen, zijn momenten van geluk en zijn levensverdriet. Het resultaat is een meeslepende en nieuwe geschiedenis van het naoorlogse Vlaanderen met als centrale gast: Hugo Schiltz.