Voor de Conferentie van Berlijn, in 1885, maakte het Masisi-gebied in Congo deel uit van een groot Tutsi-koninkrijk. Dit koninkrijk strekte zich uit over een groot gebied waar nu landen zoals Rwanda, Burundi, Congo, Tanzania en ook Oeganda gevestigd zijn. Maar het Masisi-gebied maakt nu deel uit van de Congolese provincie Noord-Kivu.
Rond 1920 brachten de Belgische kolonisatoren Rwandese Hutu's naar het gebied om hun plantages te bewerken. De Tutsi's, die al eeuwenlang in het gebied woonden, hielden zich vooral bezig met veeteelt. De twee etnische groepen, die beiden hun roots hadden in Rwanda, leefden er aanvankelijk in perfecte harmonie met elkaar en ook de samenwerking met de andere stammen zoals de Nande en de Hunde verliep vlot.
De Belgische kolonisator had het evenwel anders begrepen: de uitgestrekte graslanden van de Tutsi's kwamen in Belgische handen terecht en het bestaan van de Congolese Tutsi's kwam in gevaar. Na de Hutu-revolutie in Rwanda, die grotendeels het werk was van de Vlaamse Witte Paters, kwamen er nog meer Rwandese Tutsi's in Oost-Congo terecht.
Maar het geweld tegen de Tutsi's bereikte zijn hoogtepunt in 1994. De genocide koste het leven aan meer dan 800.000. Rwandese Tutsi's en gematigde Hutu's. De Hutu-extremisten, de beruchte Interahamwe's, vluchtten massaal naar Congo waar ze werden opgevangen door de internationale hulporganisaties. De aanwezigheid van Tutsi's in het omringende gebergte was een doorn in het oog van deze extremisten en al snel begonnen ze ook in Congo Tutsi's te vermoorden en te plunderen. Ongeveer 700.000. koeien, die eigendom waren van de Tutsi's, werden geplunderd en onder het oog van de internationale hulporganisaties verkocht in de vluchtelingenkampen.
De Congolese Tutsi's die de aanvallen overleefden vluchtten naar Rwanda waar ze terecht kwamen in vluchtelingenkampen. Ook daar waren ze nog niet veilig voor de Interahamwe's.
Marc Hoogsteyns werkte jarenlang in het gebied als cameraman en journalist voor talrijke persagentschappen zoals Reuters en WTN. Tijdens de genocide werkte hij in Rwanda voor rekening van de Japanse zender NHK en nadien besloot hij er zich te vestigen. Hij volgde de lotgevallen van de Kongomani op de voet en filmde de belangrijkste gebeurtenissen.
Deze film is ook een persoonlijk relaas van een cameraman die tegen wil en dank betrokken raakt bij een conflict dat qua wreedheid niet moet onderdoen voor de holocaust tijdens de tweede wereldoorlog.
Toelichting Marc Hoogsteyns
"Met het bedrag dat het Fonds Pascal Decroos ter beschikking stelde werd een gedeelte van de research bekostigd. Dit was erg belangrijk omdat er op dat ogenblik nog geen andere fondsen beschikbaar waren. De producent van de documentaire, Paul Pauwels van Periscope Productions, had op dat ogenblik de co-producties nog niet rond en met het bedrag dat het Fonds Pascal Decroos ter beschikking stelde, kon ik een ticket boeken en gedurende drie weken ter plaatse de tournage voorbereiden. Indien ik dit geld niet zou ontvangen hebben zou het project wellicht nooit zijn doorgegaan."
Kongomani is een co-productie geworden van RTBF-Lichtpunt met de steun van de Belgische Federale Internationale Coöperatie, het Fonds Pascal Decroos, het Fonds Film in Vlaanderen en de Humanistische Omroepstichting Nederland.
Productie: Periscope Productions België.