De honderden aanwezigen kregen eerst een lezing voorgeschoteld van Herman Van Rompuy, de vaste voorzitter van de Europese Raad. Na een inleiding door politoloog Dave Sinardet over de diepe kloof tussen noord en zuid in de berichtgeving over communautaire kwesties volgde hierover een debat met een vijftal journalisten. Tot slot zaten voor het eerst de drie Gemeenschapsminister voor Media samen aan tafel voor nabeschouwingen. De avond werd besloten met veel drank, eten en muziek, waarbij de aanwezigen tevens werden vergast op een mooie foto- en filmtentoonstelling van de Belgische Foto- en Filmpers.
VVJ-voorzitter Marc Van de Looverbosch opende de avond door te wijzen op de grote mediaconcentratie en bikkelharde concurrentie in ons medialandschap en de zware kloof die onder meer hierdoor dreigt tussen journalisten met een goed statuut, loon en werkomstandigheden en anderen zoals freelancers en persfotografen die tegen hongerlonen moeten werken. Zijn AJP-evenknie François Ryckmans benadrukte dat ondanks de aanzwellende informatiestroom vanuit velerlei bronnen het journalistiek beroep noodzakelijk blijft als garantie voor inhoudelijk hoogstaande informatie. Hij hekelde de tendens tot nivellering in de media “waar we allemaal op hetzelfde moment hetzelfde moeten doen”. “Media hebben enkel toekomst als ze toegevoegde waarde kunnen creeëren”. Beiden benadrukten tevens het belang van een gemeenschappelijke journalistenvereniging in dit land “want de problemen in noord en zuid zijn vaak identiek”.
Herman Van Rompuy wees in zijn rede vooreerst op de gelijkaardige tendezen tot inhoudelijke vervaging en toenemende concurrentie in politiek en media. “Politici zijn door uitbreiding van het media-aanbod en opkomst van de sociale media minder afhankelijk geworden van journalisten voor de verspreiding van hun ideeën. Beiden komen daardoor op gelijke voet te staan en kunnen daardoor op een meer normale manier met mekaar omgaan”. Ondanks de stijgende rationaliteit in het mediagebeuren door de vele technologische innovaties is volgens Van Rompuy echter ook de irrationaliteit in de berichtgeving sterk toegenomen. Hij wees hierbij naar sommige berichtgeving in internationale (niet-Europese) media over de crisis rond de Eurozone die hij als bevoordeeld, disproportioneel en ideologisch bestempelde. “Men buit meer en meer schaamteloos gevoelens van onzekerheid en angst bij burgers uit”.
Politoloog Dave Sinardet stelde onomwonden dat de media in beide landsgedeelten met hun tendentieuze berichtgeving over communautaire kwesties hebben bijgedragen tot polarisatie in de politiek, versterking van misverstanden en foute interpretaties. Hij verwees hierbij naar de resultaten van zijn onderzoek inzake de berichtgeving over BHV in de periode 2004-2005 op de tv-omroepen. “In geen enkel tv-debat werd de vraag gesteld waarom en of BHV gesplitst moest worden. In Vlaanderen ging men er steevast vanuit dat er moest gesplitst worden, in Franstalig België dat dit niet mocht gebeuren. Het beruchte arrest van het grondwettelijk hof werd in Vlaanderen zeer vaak gebruikt als een reden waarom BHV moest gesplitst worden, wat manifest fout is, in Franstalig België werd er niet eens over gesproken”. Sinardet wees er ook op dat tv-omroepen in elk gewest bitter weinig aandacht besteden - slechts 3 procent van de uitzendtijd - aan wat er in het andere landsgedeelte gebeurt.
De zeer sterke verontwaardiging in enkele Vlaamse media zoals Het Laatste Nieuws over “de harteloze” reportage die de RTBF uitzond over de begrafenis van Marie-Rose Morel was de insteek voor het debat onder journalisten. Johanne Montay (RTBF) stelde dat haar omroep Morel in die uitzending bewust portretteerde als een politicus met ideeën en tevens uitgelegd had welke ideeën dat waren. “Dat men ons verwijt niet te wenen met Vlamingen gaat toch wel heel ver”, aldus Montay. Rik Van Cauwelaert wees erop dat de berichtgeving over de begrafenis in de Vlaamse tv-omroepen en enkele andere media buiten alle proportie was, hetgeen de tegenstelling ongetwijfeld heeft aangescherpt. “Ook in onze media had je echter reacties dat door heel die heisa over haar ziekte en overlijden Morels’ extreemrechtse boodschap versuikerd werd. Wat de Franstaligen echter onderschat hebben is dat De Wever door de wijze waarop hij tijdens de begrafenis het woord voerde de extreemrechtse vijver leegviste”, aldus Van Cauwelaert.
Tijdens het debat gaven alle aanwezigen toe veel minder contacten te hebben met politici aan de andere kant van de taalgrens. Uit een korte quiz van moderator Philippe Leruth bleek niemand de naam van de gevraagde minister uit een regionale regering van het andere landsgedeelte te kunnen noemen. Catherine Ernens van L’Avenir stelde dat de contacten met Vlaamse politici vooral via sms lopen. Lisbeth Van Impe weet de mindere contacten aan desinteresse van de eigen lezers en de betrokken politici. Johanne Montay (RTBF) gaf echter grif toe dat de berichtgeving zeker in communautaire kwesties inhoudelijk afhankelijk is van de bronnen die men raadpleegt. Dat de interesse in de Vlaamse media in het Franstalige reilen en zeilen afnam, is volgens Van Cauwelaert echter ook de fout van de media zelf. “In de jaren ’80 volgde ik met Guido Fonteyn Franstalige pc’s tot in Luik toe, wat mij tijdens de beruchte 100 dagen van Dehaene zeer gepriviligeerde contacten opleverde met Spitaels. Op een bepaald ogenblik hebben de bladen echter zelf beslist dat we dit maar moesten afbouwen”.
Tijdens het slotdebat met de drie mediaministers lanceerde de Franstalige minitser Fadila Lanaan een oproep aan mediabedrijven om beroepsjournalisten in te zetten teneinde beter te kunnen controleren wat er verschijnt op hun webforums. Haar Vlaamse collega Ingrid Lieten pleitte er in dit verband voor “dat de journalistenverenigingen in deze snel wijzigende maatschappij veel assertiever hun eigen metier beschermen”. Lanaan betreurde even later het gebrek aan kennis in beide landsgedeelten over mekaar en riep op de inspanningen om over andere regio’s te berichten op te drijven. Lieten benadrukte “dat de impact van media op de samenleving niet onderschat mag worden en er veel zorgzamer mee moet omgegaan worden”. “Het vertrouwen in zowel pers als politici is momenteel heel klein”. De Vlaamse minister stelde echter ook dat de overheid oog moet hebben voor arbeidsomstandigheden van journalisten, de onafhankelijkheid van de redactie… “Ik wil hierover het debat aanzwengelen. We hebben hierover een studie laten uitvoeren. Die is echter niet op applaus onthaald”
Luc Vanheerentals