2018-12-14

BRUSSEL - Samen met Ingrid Vander Veken nam ook journalist Luc Van der Kelen afscheid van de jury. In zijn nabeschouwing maakt hij, zonder het verleden te romantiseren, de vergelijking met de journalistiek van weleer. 

Wat moet het met jonge journalisten doen, als ze aan de start staan van hun carrière? Ze voelen elke dag dat ze onder druk staan van wat “fake news” heet. Een begrip dat is bedacht door politici, ook die van hier, om de geloofwaardigheid van een kwalitatief hoogstaande journalistiek te ondermijnen. 

Ik kan mij niet van de indruk ontdoen, dat veel beginnende journalisten daarmee zitten. Geloofwaardigheid, vertrouwen, het zijn essentiële elementen in de job van iedere journalist en als die in twijfel worden getrokken, is het alsof de bodem onder het beroep wordt weggeslagen. Ik geef het toe: ik zou in dergelijke sfeer moeilijk aarden. 

Syndicale solidariteit 

De media kwamen, anno jaren vijftig, zestig, uit een periode, dat journalisten, ook die van de kranten, werden onderbetaald, dat ze om hun inkomen menswaardig te maken, wat moesten schnabbelen, een reclameblaadje uitgeven, een café uitbaten, of als politiek journalist het Kamerverslag maken, je bedenkt het maar.

Toen ik mijn carrière van nu bijna vijftig jaar geleden begon, anno 1971, hadden journalisten daar geen last meer van, noch van twijfels over de algemeen aanvaarde principes van hun beroep. 

Mijn eerste brutoloon bedroeg 17.500 Belgische franken, maar dat evolueerde zeer snel, dankzij de syndicale solidariteit van de toenmalige journalisten. Ieder had zijn eigen vak. De fotograaf fotografeerde en de reporter schreef. Het eenmansbedrijfje dat vandaag alles tegelijk doet, bestond niet in  die dagen. Je moest niet constant ad hoc werken en je werd nog behoorlijk betaald ook. 

Bij ons in Vlaanderen bestond er niet eens een pulppers zoals Bild in Duitsland, of de Sun in het UK. Ook de populaire kranten deden aan ernstige journalistiek. Populaire kranten hadden zelfs een dagelijkse cultuurpagina. En je moest echt niet rennen met je stuk om het nog voor de middag in de krant te krijgen, of het moest een middagkrant zijn, zoals er nog enkele bestonden. 

Er waren zelfs enkele onderzoeksjournalisten actief, zie de ons ontvallen meester-journalist Hugo De Ridder die ministers het vuur aan de schenen legde. Dat was half de jaren zeventig.

Sociale media

Natuurlijk was het niet overal rozengeur. Kranten die de beginselen van het goed bestuur niet toepasten, verdwenen, gingen failliet. De Volksgazet, Het Volk, de hele groep De Smaele. De diversiteit kreeg klappen. Maar de basis van de journalistiek, het principe van diverse bronnen, het respect voor de privacy, het werd door de hoofdredacties en directies niet in vraag gesteld.

Ik heb het gaandeweg toch zien veranderen, beetje bij beetje. Ik zag de beste journalisten van de openbare omroepen op persconferenties driftig tikken om met een nieuwsje toch de concurrent van de andere omroep voor te zijn. 

De economische omstandigheden hebben het zo gemaakt. Het betekent niet dat er geen hoogstaande artikelen of reportages, interviews allerhande worden gemaakt. Integendeel. In het weekend krijg ik de kranten nauwelijks meer uitgelezen. Prijzen voor onderzoeksjournalistiek zijn vaak van topniveau en elk medium dat zich respecteert, houdt er in onderzoek gespecialiseerde redacteuren op na.

Maar toch hebben de sociale media in alle sectoren en aspecten van de media de laatste twee, drie, vier jaren hard toegeslagen. Het is een relatief recente evolutie. Inkomsten uit reclame en verkoop raakten onder druk. Media, print of audiovisueel, moeten steeds creatiever, inventiever en sneller worden. En de persbedrijven worden ook meer en meer gediversifieerd. Het maakt dat de middelen voor onderzoeksjournalistiek niet voor het grijpen liggen. 

Het fenomeen dat bezig is de media te ondermijnen, niet alleen in Amerika, maar ook in Europa, is het nieuwe begrip “fake news”. Vals, leugenachtig, het tegendeel van elke serieuze journalistiek. Het bestaat nog maar een jaar of twee, maar het grijpt in politieke milieus snel om zich heen. Er zijn politici die het gebruiken om journalisten onder druk te zetten, te discrediteren zelfs, als hun artikels hen niet aanstaan.

Onderzoeksjournalistiek of bijzondere journalistieke projecten zijn initiatieven, ook in de klassieke media, die het eerst onder druk komen. De budgetten ervoor drogen op. 

Onmisbare partner

Gelukkig is er nog het fonds. Het Fonds, met grote F. Pascal Decroos. Ik prijs me gelukkig dat ik vier jaar heb mogen deel uitmaken van de fondsjury, die projecten moet beoordelen en die werkbeurzen toekent, niet alleen aan  beginners maar ook aan sommigen van de beste journalisten die we hebben.

Het Fonds Pascal Decroos is nu twintig jaar oud. Het is volwassen geworden. Het Fonds heeft moeten  vechten, jaar na jaar, om de budgetten te kunnen vergroten. De Vlaamse overheid heeft ingezien dat een ondersteuning van onderzoeksprojecten niet alleen van privé-subsidies kan blijven komen maar dat ook de overheid hierin een rol heeft te spelen. Het jaarlijkse vechten voor het budget heeft geloond, ook in moeilijke budgettaire tijden voor de overheid.

Vandaag is het Fonds een onmisbare partner geworden voor journalisten, documentairemakers, auteurs, uitgeverijen, televisieketens. Zonder het Fonds zouden veel beginnende maar veelbelovende reportagemakers dat project niet hebben kunnen maken. Zonder het FPD zouden nieuwe media als Apache, DeWereldMorgen en andere, soms ophefmakende projecten niet hebben kunnen realiseren.

Toch moet er me nog iets van het hart. De klassieke media moeten hun rol opnemen, maar hebben daar vaak geen of meestal weinig centen voor over. Een auteur heeft een uitgeverij nodig voor zijn verkoopcircuit, maar kan een uitgever nog claimen dat werk te doen, als hij zijn auteurs laat schooien om rond te komen? Een paar euro’s hier en een paar daar, het is vaak gewoon vernederend.

Een publieke omroep stuurt jonge journalisten als nomaden de wereld rond voor echt wel grensverleggende documentaires, maar heeft daar maar een fractie  voor over van wat zo’n reportage kost. Ook al behoort dergelijke vorm van journalistiek tot zijn basisopdracht, opgelegd door de Vlaamse overheid. 

Journalisten moeten voor mooie projecten gaan bedelen om centen bij allerlei kanalen. Dat kan niet de bedoeling zijn.

 

tekst: Luc Van der Kelen

foto: ©2018 Jan Auman

©2018 Jan Auman

Wie zijn dé Meestervertellers van 2019?

2019-11-22

AMSTERDAM - Een spanningsboog, een verhaallijn, goed uitgewerkte personages, een vloeiende stijl, oog voor detail, een trefzeker spel van beeld en taal. Een goed verhaal lees je in één ruk uit, of bekijk of beluister je ademloos tot en met de laatste scène! Wat waren de mooiste journalistieke verhalen van het afgelopen jaar? ​​Welke journalist mag zich Meesterverteller 2019 noemen?

De S53: de menselijke kant van een gemediatiseerd verhaal

2019-11-25

BRUSSEL - Tinne Claes maakte samen met Wederik De Backer 'De S53', een radiodocumentaire die "wil tonen dat honderden herkenbare levensverhalen schuilgaan achter stereotypen". Op vraag van het Fonds Pascal Decroos schreven ze een beschouwing neer over hoe de documentaire tot stand kwam.  

Money Trail: werkbeurzen voor verhalen die in Nederland gepubliceerd worden

2019-11-12

BRUSSEL - Het Money Trail project van Journalismfund.eu steunt Afrikaanse, Aziatische en Europese journalisten om onderzoek te voeren naar grensoverschrijdende illegale geldstromen, belastingontwijking, ontduiking en corruptie in Afrika, Azië en Europa.