BRUSSEL - Anne Brumagne neemt afscheid van de jury van het Fonds Pascal Decroos. Bij haar uittreden blikt ze terug op de staat en rol van de media, onderzoeksjournalistiek en het Fonds Pascal Decroos en geeft ze enkele tips voor een succesvolle aanvraag. 

In 2015 werd ik ontslagen als hoofdredacteur van de regionale weekkrant Brussel Deze Week. De krant was samengesmolten met FM Brussel en TV Brussel en had een nieuw bestuur en nieuwe directeur gekregen. BDW was de meest kritische partner, we waarschuwden regelmatig voor onrealistische, opportunistische of onwetende plannen voor crossmediale samenwerking. Dieopbouwende kritiek, bedoeld om de kwaliteit en de betrouwbaarheid die we hadden opgebouwd, niet verloren te laten gaan, werd niet gesmaakt.

Mijn ontslag had zo uit Joris Luyendijks non-fictieboek Dit kan niet waar zijn: Onder bankiers kunnen komen. Hij beschrijft er in hoe bankmedewerkers uit de Londense City na hun ontslag nog luttele tijd krijgen om hun spullen bij elkaar te graaien, in een doos te stoppen en dan stante pede de werkvloer moeten verlaten. Ik keerde nooit meer terug naar het fantastische Flageygebouw. Een journalist bezorgde me achteraf nog wat van mijn persoonlijke spullen die waren achtergebleven.

Voor een vijftigjarige is er geen toekomst meer in de journalistiek, ik ging een andere richting uit. De afstand deed me inzien wat de kern van het nooit uitgesproken conflict tussen de nieuwe leiding en mezelf was geweest: Voor mij is een hoofdredacteur iemand die de kwaliteit moet bewaken en de journalisten die iets aan het uitzoeken zijn, moet beschermen als ze onder (tijds-)druk staan. Hij of zij is dus niet het doorgeefluik van de bevelen van het management naar de redactievloer. Onafhankelijke journalistiek is een hoog goed. In woorden zullen de meesten in de media hetzelfde zeggen. Net als de meeste politici, overigens. Maar de praktijk... die ziet er vaak toch héél anders uit.

Dat bleek ook uit de vele verhalen die ik na mijn exit te horen kreeg van vrienden-journalisten. Vaste redacteurs moeten de klok rond ‘leveren’. Zelfstandigen worden almaar slechter vergoed en hebben geen tijd om aan onderzoeksjournalistiek te doen. Onderwerpen worden gekozen op basis van het vermoedelijke aantal clicks. Op redacties wordt bijgehouden hoe vaak iemands artikel wordt gelezen. Tussen redactionele teams wordt de concurrentiestrijd aangewakkerd. En er is altijd de angst voor een zoveelste ontslagronde onder de redacteurs. Akkoord, dat is niet het volledige plaatje. Er gebeurt nog veel moois in de journalistiek, er verschijnen boeiende reportages en interessante interviews, maar werk van langere adem zit zeker in de verdrukking.

De vraag om in de jury van het Fonds Pascal Decroos te zetelen kwam in volle coronaperiode; de eerste vergaderingen waren op afstand. Maar hoe heerlijk was het om zelfs van achter dat scherm weer de hartenklop van de journalistiek te voelen en de noodzakelijke, spannende, meeslepende, originele... voorstellen te bestuderen van zoveel idealistische mensen die met hun reportages echt een verschil probeerden te maken. Die onrecht wilden aankaarten en aandacht vroegen voor het lot van de zwaksten, in België of aan de andere kant van de wereld. Die soms bereid waren om grote persoonlijke risico’s te nemen en naar conflictgebied vertrokken. Die zich bij hun onderwerpkeuze niks gelegen lieten aan het mogelijke aantal clicks die ze met hun reportage zouden halen. Achter de schermen (figuurlijk dan) een heel klein, anoniem rolletje spelen om die projecten te kunnen realiseren, gaf heel veel voldoening.

Er waren voorstellen bij die al zo goed uitgewerkt waren, dat de reportage bij wijze van spreken de dag nadien al kon verschijnen. Sommige kandidaten slaagden er minder goed in om hun project helder uit te leggen, of bleken enorm veel taalfouten te schrijven. Schrijvende journalisten hebben het voordeel van de pen ten opzichte van fotografen of audiovisuele makers. Soms was er het vermoeden dat een indiener zijn these nooit hard zou kunnen maken – al konden we dat nooit zeker weten. En ja, het gebeurde: een project dat we afkeurden maar toch werd uitgewerkt, bleek een heuse parel te zijn. Een onderwerp waarvan we vonden dat het minder relevant was, bleek maanden later in het brandpunt van de actualiteit te staan.

Er was één constante bij de aanvragen. Op de vraag waarom Pascal Decroos hun project zou moeten steunen, was het antwoord van de indieners steevast dat ze het zonder extra steun gewoon niet konden realiseren. Vooral podcasts zijn dure vogels. Als de reportage bedoeld was voor publicatie bij een grote mediagroep of uitzending bij de openbare omroep, deed het de wenkbrauwen fronsen als ‘zonder extra steun...’ werd ingeroepen. Hoezo, mediagroepen met zoveel omzet of subsidies hebben geen geld om langere reportages voldoende te financieren? Wat nietszeggende ‘vox pops’ van een overbodige reporter ter plekke uit het journaal schrappen, kan al een mooi potje opleveren om die bijzondere projecten te steunen!

De onderwerpen weerspiegelden de tijdsgeest. Milieu en klimaat in al hun facetten waren belangrijke thema’s. Net zoals welzijn en welbevinden. Te veel indieners begrepen ‘Fonds voor bijzondere journalistiek’ als ‘Fonds voor persoonlijke journalistiek’. Ze wilden vertrekken van hun eigen besognes en trauma’s maar vergaten ergens onderweg het woord ‘journalistiek’. Bij enkelingen lukte het wél: vertrekken vanuit de eigen situatie, maar die helemaal overstijgen en een relevante, pakkende reportage of boek afleveren. Anderen waren té betrokken bij het onderwerp, en toonden zich in hun dossier eerder activist dan journalist.

Met vier rondes per jaar en telkens een hoop dossiers, was het best pittig om alles altijd gebolwerkt te krijgen: de dossiers grondig lezen, budgetten bekijken, en dan, het moeilijkst, de dossiers tegen elkaar afwegen en beslissen wie geld krijgt en wie niet. Gelukkig waren we met zijn vieren om die afwegingen te maken! Omdat er per ronde steeds meer dossiers werden ingediend, waren de keuzes soms hartverscheurend. De budgetten bleven dezelfde, de gevraagde bedragen stegen exponentieel. En toen moest de subsidievermindering voor het Fonds Pascal Decroos nog ingaan...

Een Fonds als Pascal Decroos, dat journalisten steunt en geen mediagroepen, wordt niet betoelaagd voor wat het waard is. Zoveel mooie, belangwekkende projecten kunnen niet worden gesteund. Zoveel gedreven mensen die journalistieke kwaliteit willen bieden, komen financieel niet rond en verlaten gedesillusioneerd het vak. Terwijl de journalistiek het absolute en noodzakelijke hart van de media is. Dure Shiny-floor shows, extreme BV-tochten in de brousse ... dat zijn in se toch randverschijnselen? Zonder journalistiek, geen media. Als er iets goeds kan zijn aan deze roerige tijden, dan misschien dat weer meer mensen het belang van goede en onafhankelijke journalistiek zullen inzien. Zodat redacties in alle onafhankelijkheid en in eer en geweten kunnen werken. En freelancers naar behoren kunnen betalen, ook voor werk van langere adem. Hopelijk.

Anne Brumagne is coördinator bij Brukselbinnenstebuiten/Stapstad.

Na haar studie Germaanse filologie aan de KU Leuven begon ze in 1987 te werken bij De Morgen als cultuurredacteur. In 2002 werd ze adviseur voor Cultureel Erfgoed.

Na tien jaar als hoofdredacteur bij Brussel Deze Week te hebben gewerkt, is ze sinds 2016 coördinator bij Brukselbinnenstebuiten.

Anne Brumagne
© Anne Brumagne

Ander nieuws